In het algemeen zijn er negen energiesoorten van een levend wezen. Deze worden in de Yoga onderzocht, ontwikkelt en toegepast (tussen haakjes zijn de Sankriet termen gegeven):

  1. Gedrag;
  2. Gebeurtenis;
  3. Gevolg;
  4. Grof: Sthula Sharira, energie betreffende het grofstoffelijke lichaam;
  5. Gedachte: Sukshma Sharira, subtiel lichaam, ook wel emotioneel of mentaal lichaam, betreffende energie;
  6. Gevoel: Karana Sharira, het oorzakelijk lichaam;
  7. Geweten (Atman, de ware of hogere Zelf);
  8. Geest (Avyakta, de Geest of ongemanifesteerde Zelf);
  9. Godheid (Purusha, de Ziel of Monade of goddelijke Zelf).

Deze energiesoorten beginnen met een G en wordt afgekort als de 9G energie.

Van de eerste 3G's kennen we de Sanskriet equivalent niet (deze bestaan vast wel, ken je ze dan mail ze door). Deze drie sociale energiesoorten zijn soortgelijk als in de psychologie, die de 5G's hanteren: Gebeurtenis - Gevoel - Gedachte - Gedrag - Gevolg. Alleen hier is Gevoel synoniem met Emotie. Deze Yoga 9G's lijken op de 5G's uit de psychologie maar zijn alomvattender, universeler en geestelijker van aard en werking.

De volgende persoonlijke energiesoorten zijn de middelste 3G's. Deze vormen de energiesoorten van de Persoonlijkheid. Als (on)bewuste Persoonlijkheid neem je innerlijk waar een Gevoel, dat subtiel een Gedachte veroorzaakt in het denken. En de Gedachte is de bron voor bewegingen van het Grove of Grofstoffelijke Lichaam, die concreet, objectief en uiterlijk waarneembaar zijn.

Een Gevoel is een startpunt, het veroorzaakt de hoogste beweegreden in de Persoonlijkheid van de mens. Gevoel uit zich innerlijk als een idee, inzicht, visie, herinnering of persoonlijke standpunt. Het betreft bewegingen in het Intellect (Buddhi), Geheugen (Citta) en Ego (Ahamkara). Deze zijn te herkennen als een conclusie, besluit, herinnering en ik/mijn argumentatie.

De laatste en spirituele energiesoorten zijn de laatste 3G's. Deze vormen de energiesoorten van de waarlijk spirituele mens, de heilige en de gewetensvolle geest. Zij veroorzaken in de mens alle eenheidbevorderende en vrijheidlievende eigenschappen, die de mens(heid) in overgave aan de Allerhoogste doet leven vrij, vreugde- en liefdevol, en vredig.